Sneeuwwitje
28/11/08 - Recensie Groene Amsterdammer
VERGRIJSDWERGEN - MUZIEKTHEATER Sneeuwwitje
Meteen als we de zaal binnenkomen wordt een toon gezet. Muzikanten,
toneelspelers, zangers en technici kijken (rug zaa!) naar een
voor-ouderlijk klein televisieschermpje waarop de Disney-versie van
het sprookje wordt vertoond. Ik moet eerlijk bekennen dat ik die
nooit heb gezien. Deze eerste avondvullende tekenfilm uit 1937
bereikte met de traagheid van een lavastroom pas in 1958 onze
dorpsbioscoop, toen ik net tussen het stadium van Laurel & Hardy en
de eerste kteurenversie van Tarzan in hing. Tekenfilms waren voor
luierdragers. Tijdens mijn onderwijzersopleiding was alles wat alleen
al naar Disney rook zwaar verdacht en pedagogisch onverantwoord. Bij
gebrek aan nakroost is het er daarna nooit meer van gekomen. Waarom ik vanaf
rij zeven in de Koninklijke Schouwburg dan toch die film herkende?
Aan de zwiepende zwarte mantel van de stiefmoeder natuurlijk, en die
tevreden hummend hompelende Efteling-tuinkabouters, die tot het
culturele erfgoed van ieder ex-kind zijn gaan behoren. Als het
publiek zit wordt de televisie opgeruimd met de geruststellende
nonchalance waaruit spreekt: zo doen we dit sprookje vanmiddag effe
niet. Voor een romantische hervertelling zijn ze bij Jeugdtheater
Sonnevanck veel te spirituele theatermakers, voor ironie geven ze ook
niet thuis, omdat ze gewoon erg veel om hun publiek geven.
Deze Sneeuwwitje is er een met veel hoezo's en waaroms in de
vertelling, die overigens zonder enige vorm van moralisme of
commentaar tegen de hoofd- en bijplots van het sprookje aanschuren.
Zo is de vertrouwde verhouding van de titelheldin tot haar
stiefmoeder (Heilige-Maria-in-de-dop versus een takkewijf) grondig
door de verbeeldingsschrijfrnachine van librettist Sophie Kassies
gehaald, aan de hand van de simpele vraag: hoe komen die mensen zo
raar? Zo is de rol van de stiefmoeder geschreven (en zo wordt ze ook
gespeeld en gezongen door Fanny Alofs) als een vrouw die slecht tegen
ouder worden kan, en daar heb je er nogal wat van, ook zonder die
zwierig zwiepende mantels. En Sneeuwwitje (Jessica Manuputty) is hier
een puberende foakvis die met een gouden lepel in haar mond is
geboren en die niet kan wachten tot ze de mooiste van het land is.
Als ze bij de dwergen gewoon de vaat moet doen naast ander licht
huishoudelijk werk laat ze alles uit haar bepoederde handjes vallen.
Trouwens, die dwergen van Sonnevanck, die kom je in de Efteling
echt niet tegen, je vindt ze in koude stations met een pak
daklozenkranten in hun aftandse wanten of in verzorgingstehuizcn.
Het zijn vergrijsdwergen, ze hebben last van winderigheid en jeuk op
plekken waar je niet publiekelijk moet krabben, ze zijn een tikkie
grof in de bek en ook anderszins vrij schaamteloos. Alle beschikbare
mannen (ook musici en technici) spelen die dwergen, onder aanvoering
van de hilarisch acterende raskomedianten Julian Goldsman en Herman
van Baar, die ook in andere rollen laten zien dat ze een hoop in huis
hebben. De muziek van Jens Joneleit is een feest voor het oor omdat
ze helemaal niet behaagziek of fluwelig is, maar juist een beetje
anarchistisch, tegen-de-haren-in-strijk-muziek, tikje atonaal en
daarin precies aansluitend bij de kronkellijnen in het verhaal. De
twee hoofdrolvertolksters zijn zangeressen die ook kunnen acteren.
En dat is weer de verdienste van regisseur Flora Verbrugge. Zij heeft
met haar Duitse collega Andrea Gronemeyer (Sneeuwwitje is een
Nederlands/Duitse coproductie) een voorstelling afgeleverd waarje
niet alleen blij maar ook opgetogen uit komt: dat je een vertrouwd
verhaal zo rijk kunt hervertellen - feest is het! En: kinderen, neem
gerust je (groot)ouders mee.
LOEK ZONNEVELD